Nel Kant en Peter Poortman over Kwaliteit

Kwaliteit en de hele olifant

Nel Kant en Peter Poortman, beleidsmedewerkers Kwaliteit bij Kopwerk / Schooltij zijn door de wol geverfde onderwijsspecialisten. Nel met een achtergrond bij de OBD en Algemeen Directeur van Schooltij, en Peter die zijn baan hier combineert met het werk van inspecteur. Als we in de organisatie twee mensen hebben die ons kunnen vertellen wat kwaliteit is, dan moeten zij dat zijn. Daarom meteen maar de vraag voorgelegd: Kwaliteit in het onderwijs, wat verstaan jullie daaronder?

“Kwaliteit is een breed begrip. Het gaat natuurlijk niet alleen over taal en rekenen. Ook over 21e-eeuwse vaardigheden. De ontwikkeling van kinderen. Wat hebben kinderen echt nodig?... Tja, best lastig eigenlijk. Want wat valt daar allemaal onder? Elke school zal zeggen dat ze aandacht heeft voor meer dan taal en rekenen. Maar wat is dat dan? Laten we dat eens proberen duidelijk te maken aan de hand van een verhaal. Dat helpt ons vaak om duidelijk te maken wat we bedoelen, en elkaar beter te begrijpen. Bij Kopwerk/Schooltij gaan we uit van het geheel. Alles wat een kind nodig heeft om zich in de maatschappij stevig te kunnen neerzetten is belangrijk.
We kijken naar ‘De Hele Olifant.’”

Verderop in dit magazine hebben we dat verhaal nog eens opgenomen. Het komt er in het kort op neer dat een aantal blinde mannen een olifant ‘verkent.’ De een voelt de slachttand, en weet nu dat een olifant een speer is. Een tweede voelt de slurf en weet zeker dat een olifant een slang is. En zo zit het als je niet oppast ook met kwaliteit. Dat je kwaliteit definieert als de staart, of het oor. “Bij Kopwerk en Schooltij gaan we voor brede kwaliteit. Voor de hele olifant.”

En als je het zo bekijkt dan wordt kwalitatief goed onderwijs gegeven op scholen waar ze alle aspecten die ervoor zorgen dat een kind zich ontwikkelt in kaart hebben en op al die aspecten sturen. Natuurlijk, kinderen moeten goed leren lezen, schrijven en rekenen. Maar kunnen zich ook goed uiten? Hebben ze zicht op hoe de wereld in elkaar zit? Hebben ze zicht op hun eigen kwaliteiten? Kunnen ze die inzetten? Zijn ze creatief? Kunnen ze kritisch denken? Samenwerken? “Allemaal aspecten die een kind maken tot een zelfstandig individu. En allemaal even waardevol. In hoeverre heb je dat als school in kaart? En stuur je daar ook op?” vragen Peter en Nel als ze op schoolbezoek komen.

Kwaliteit moet je doen

In het onderwijs is vertrouwen belangrijk. We herkennen allemaal dat we door kinderen meer vertrouwen te geven, wij - maar ook zij zelf - meer grip krijgen op hun ontwikkeling. Al lijkt dat een contradictie. Maar met vertrouwen alleen komen we er niet. In het onderwijs moeten we keuzes maken. En daarnaar handelen. “Een mooi voorbeeld vind ik bijvoorbeeld dat scholen in gebieden waar meer kinderen zijn die moeite hebben met taal, scholen ervoor kiezen Taalschool te worden. En daar in uit te blinken. Dat geeft focus. En dan breng je kwaliteit dus in de praktijk.” Aldus Nel Kant.

Peter vervolgt “In gesprekken die we hebben op scholen, spreken we over basiskwaliteit en Kopwerk/Schooltijkwaliteit. De basis moet op orde zijn. Dat vraagt de samenleving, en wordt in de gaten gehouden door de inspectie. Maar welke toegevoegde waarde leggen wij daar bovenop? Hoe verzorgen wij de hele olifant? Dan gaat het om vragen als: Wat is hier nodig? Welke keuzes maken we om dat te bereiken? Waar gaan we voor? En hoe doen we dat dan? Hoe zien kinderen, ouders en collega’s dat in de praktijk? En hoe voeren we dat door in alle vakgebieden? Dan wordt het betekenisvol leren.”

Een voorbeeld: Nel vertelt dat ze op de radio een stukje hoorde over een dartcafé dat scholieren uitnodigde om daar te leren darten. Tijdens het darten leren kinderen snel hoofdrekenen. Je moet aftellen van 501 tot 0, en precies uitkomen. Toegepast rekenen. Dan leer je spelenderwijs. “Als we zoiets zien op een school, worden we blij.”

“Op veel scholen zien we mooie voorbeelden. Van zowel doen als het geven van vertrouwen en het werken vanuit het grote geheel. Of er nu wordt gewerkt vanuit een specifiek mensbeeld, zelf vastgestelde kernwaarden als inclusief of duurzaam of vanuit een gedachte als ‘Ik ken je, je kunt het, doe het maar.’”