Kwaliteit,
hoe doen we
dat eigenlijk?

Jeannette Folkeringa van de Eben Haëzerschool in Den Helder, Annemiek Julius van De Verrekijker locatie Vogelzand en Jamila Helstone van de Verrekijker locatie stad Den Helder zijn met hun teams dagelijks aan de slag met de kwaliteit van het onderwijs. Maar wat is dat dan? En wat doen ze dan? En hoe? Peter Poortman vroeg het ze.

Welbevinden en ander gedrag
Jeannette trapt af door haar visie te geven. “Op de Eben Haëzer werken we met vier mooie kernwaarden: welbevinden, betrokkenheid, autonomie en samen. Alles wat we op school doen hangen we op aan deze vier waarden. Als je daar bijvoorbeeld welbevinden uitlicht, dan merk je dat we nu vier jaar PBS-school zijn: we zien veranderingen in hoe kinderen met elkaar omgaan en hoe ze zich bewegen in de school. Maar we zien ook ander gedrag bij ouders. Hoe zij met elkaar en met ons communiceren. Het is steeds meer wij samen in plaats van wij tegen zij. We zijn ook gezonde school geworden vanwege onze schoolbrede aanpak op het versterken van het welbevinden bij onze leerlingen. Kwaliteit komt naar voren als je samen met anderen mooi onderwijs kunt maken.


Peter Poortman beaamt dat. “Als ik nu door de Eben Haëzerschool loop zie ik een rustige school waar kinderen gewoon lekker zitten te werken en waar leerkrachten met kinderen bezig zijn. Ik zie nu meer een intrinsieke motivatie om te leren.”


Ziet Jeannette brede kwaliteit ook terug bij Kopwerk/Schooltij? “Ja, dat heeft echt een plek. We worden gezien en serieus genomen. Onze inbreng doet ertoe. De menselijkheid. Die zie je overal terug. Kwaliteit bij Kopwerk/Schooltij is meer dan wat de inspectie onder kwaliteit verstaat."

Wat zie ik jou dan doen?

“De kwaliteit wordt straks uitgedrukt in een Kopwerk/Schooltij-arrangement en natuurlijk willen we dat elke school zo’n arrangement krijgt,” zegt Peter. Maar wat bepaalt die ‘extra’-kwaliteit?” Voor Jeannette ligt dat voor de hand: “Het gaat er dan vooral om hoe kinderen zich staande houden in de maatschappij. En wat we ze daarvoor meegeven. Uitgangspunt is dan natuurlijk: ‘Ik sta samen sterk.’” “Zijn dat geen abstracte begrippen? Verstaan we daar allemaal hetzelfde onder?” Jeannette denkt van wel. “Door het daar in het team over te hebben. Door doelen concreet uit te werken, en steeds te bedenken en te bespreken: waar staan we nu eigenlijk? En wat zie ik jou dan morgen doen in de groep? En als je met een ouder in gesprek bent? Of wat hoor ik jou dan zeggen?”

Nieuwsgierig

“Op de Verrekijker is onze missie om al onze leerlingen uit te laten groeien tot gelukkige, evenwichtige en kritische of nieuwsgierige jonge burgers. Met een realistisch zelfbeeld, die de juiste keuzes kunnen maken en verantwoordelijkheid kunnen nemen voor hun eigen handelen.” Aldus Jamila. “Dat is een hele mond vol,” zegt Peter. “We herkennen wat Jeannette zegt. Ook wij zoeken continu die verbinding. Het leren met en van elkaar. Met vieringen, het spel, maar ook samen cello en accordeon leren spelen met Triade. Dan zie je de diverse talenten van kinderen.”

Eigenaarschap

Peter: “Wat voor gereedschap gebruik je nu om je collega’s mee te krijgen hierin?” Annemiek: “Wij werken al een aantal jaren met een portfolio, en dus niet meer met rapporten. Daarin mogen kinderen eigenaar zijn van hun eigen ontwikkeling. Kinderen mogen dus eigen doelen stellen en ze leveren dan bewijs en dat mogen ze in hun portfolio doen. Dat presenteren zij aan hun ouders. De eerste keer tijdens een huisbezoek. Er heerst bij ons op school een veilige sfeer. We hebben ook geen sociale veiligheidsmethode in de school. Dat pakken we anders aan. We starten elke dag met kring. We hebben dan gesprekken die inspelen op wat er dan besproken wordt. En dus wat nodig is.”

Gesprek, spel, werk en viering

Jamila vult aan: “een Jenaplanschool is een school waar je leert samenleven. De vier kernactiviteiten zijn gesprek, spel, werk en viering. En ook in die volgorde. Uitgangspunt is dat je in gesprek bent met elkaar. Dat je elkaar aan kunt kijken. Dat je kunt zien wat iets met een ander doet. Dat is voor ons ontzettend waardevol. Wat het ook zo mooi maakt is dat alle leerlingen elkaar kennen. Bovenbouw en onderbouw werken veel samen. Als er eens een kleuter valt, dat er dan echt een bovenbouwleerling komt die vraagt ‘gaat het?’ En dan desnoods even mee naar binnen loopt om wat te drinken aan te bieden. Iedereen is ook bij de vieringen aanwezig en ze zien elkaar weer als ze helpen bij het voorlezen. Maar het geldt ook in het team. We krijgen vaak terug dat ze het zo fijn vinden bij ons om bij ons te werken. En dat het veilig is. We zijn een lerende organisatie waar je fouten mag maken. Dan moeten we ons als schoolleider ook kwetsbaar opstellen. Ik had van de week een collega die zei ‘Ik trek het gewoon even niet met deze collega.’ Dan neemt de duocollega dat gewoon over. Dat geldt ook voor onszelf. Mijn IB-er neemt het ook weleens over van mij.

Samen verantwoordelijk

Jeannette: “Als je je kwetsbaar kunt opstellen en mensen weten dat je ook fouten mag maken. Dat is volgens mij de kern van een lerende organisatie. En hoe krijg je nou je team mee? Bij ons doen we dat door het opzetten van projectgroepen. Elke projectgroep is verantwoordelijk voor de doelen die we samen hebben gesteld in de projectplannen en ieder teamlid is daarmee mede-eigenaar. Ik zit ook niet overal bij. We hebben de taken verdeeld en vertrouwen elkaar. En als we input nodig hebben, dan consulteren we elkaar. Dat geeft autonomie. Dat willen we ook voor kinderen. Dat ze verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen werk. Dan moeten we dat als team ook laten zien.”

Annemiek: “Wij hebben het visueel gemaakt. Op een bord de doelen gezet waar we aan willen werken. Met het idee: hoe kunnen we ons Jenaplanonderwijs nog meer toekomstgericht maken? Zodat het blijft passen bij nu? Dan moet je goed naar elkaar luisteren. Wat we aan kinderen vragen en laten zien doen we ook met de collega’s.”

Menselijk

Jeannette: “Ik vind dat dat ook op ‘clubniveau’ (Kopwerk/Schooltij) goed in ontwikkeling is.

Ook daar kunnen we transparant zijn en onze kwetsbaarheid laten zien. Ik kan altijd mijn ei kwijt. Ik hoef geen mooi weer te spelen naar Peter toe of naar het bestuur. We kunnen open praten over wat ons bezighoudt. Er wordt naar ons geluisterd en meegedacht. Er is vertrouwen.” “Directeuren zijn integraal verantwoordelijk. Dat alle scholen autonoom zijn. Er zijn wel kaders, maar daarbinnen heb je best wel ruimte. Je hebt best wel behoorlijk invloed op beleid.” Aldus Jamila. Annemiek voegt daaraan toe “Ik vind het mooi om te zien dat ook hier de relatie ook steeds belangrijker wordt. Dat er een goede balans is tussen de zachte kant, de cultuur en de structuur. Dat zie je nu ook weer met het nieuwe beleid. Daar zit ook een heel stuk menselijke kant bij. Er is ruimte om met elkaar na te denken.”
<