Zes blinden en een olifant

De komende week staat circus Renz in de stad. Het circus zal iedere middag en iedere avond een voorstelling geven.

Ook de kinderen van het blindeninstituut dat net buiten de stad is gevestigd gaan het circus bezoeken. Omdat de directeur van het blindeninstituut weet dat een van zijn pupillen erg geïnteresseerd is in olifanten vraagt hij zijn collega, de directeur van het circus, of zijn kinderen misschien na de voorstelling even bij de olifant mogen. De circusbaas stemt toe.

Na afloop van de voorstelling krijgt de olifant eerst eten en drinken. Daarna mogen de blinde kinderen het dier bezoeken.

'Raak hem maar gerust aan,' zegt de begeleider. 'Saxo is aan mensen gewend. Je mag alleen niet schreeuwen en niet rennen.'


Het eerste kind voelt een slagtand. Hij concludeert dat de olifant op een speer lijkt. De tweede jongen voelt de zijkant: een olifant is net een grote muur. Het derde kind is een klein meisje. Ze voelt de poot van de olifant en denkt dat olifanten vooral op bomen lijken. De vierde jongen heeft een oor te pakken. Olifanten lijken op waaiers, maar dan wel hele grote, stelt hij vast. Het vijfde kind heeft de staart gegrepen en weet zeker dat een olifant het meest op een stuk touw lijkt. Het zesde kind durft de olifant niet aan te raken. Saxo lost dat op door voorzichtig met zijn slurf over haar gezicht te aaien. ‘Een olifant lijkt op een grote natte kriebelige spons’, weet dit meisje zeker. ‘Ik heb het zelf gevoeld’.

De leraar glimlacht om al de analyses van zijn kinderen. Het zal terug op school nog heel wat verbindingskracht van hem vragen om de kinderen een totale olifant te laten begrijpen.